Kerk Wichelen
FEESTVIERING IN WICHELEN

De huidige parochiekerk met de  hoog oprijzende voorgeveltoren van het slanke kerkgebouw vormt in het Scheldelandschap een herkenningsteken dat het  dorpscentrum domineert en markeert.

Patroonheilige is de H. Gertrudis Van Nijvel.

Gebouwd in 1870  naar een ontwerp van 1866  van Edmond Serrure senior uit Sint - Niklaas.

De voormalige Sint Gertrudiskerk.

Een bewogen geschiedenis ging de bouw van de huidige vooraf.

De voorganger van de huidige Sint-Gertrudiskerk, waarschijnlijk een houten kerkje in vakwerk, duikt voor het eerst in de geschiedenis op in de 10e eeuw (Rijksarchief Gent, bisdom, nr.166). Hierin wordt beschreven hoe Odo, bisschop van Kamerijk, op verzoek van abdis Richeta en van de dames en kanunniken van Nijvel, het altaar van Wichelen onder de bevoegdheid van de Abdij van Nijvel had geplaatst.

De Abdij van Nijvel werd aldus patronus of collator van de kerk van Wichelen. Ze bleef dat tot 1795, tot aan de Franse overheersing. De kandidaat voor de functie van pastoor werd tot 1641 door de abdij voorgedragen.

In 1587 overvielen soldaten de parochie en staken huizen en de kerk in brand.

Tijdens de Franse revolutie werd de inboedel van de kerk in beslag genomen en te koop gesteld tijdens een openbare verkoop te Aalst op 1ste messidor van het 7de jaar van de Franse republiek ( 19 juni 1799).

Een stroman  Phillipus Persoons in opdracht van de parochie gaf een bod van 300 gulden voor de in beslag genomen goederen. Deze hoge som was samengebracht door 134 Wichelse families. De lijst van deze schenkers is zorgvuldig bewaard gebleven.

Door de vele verbouwingen en verwaarlozing drong een grondige renovatie of een nieuwbouw zich op rond de jaren 1860 – 1865.

De discussie over het slopen van het bouwvallige Romaans kerkje gelegen op het toenmalige dorp, verdeelde de parochiegemeenschap Sint Gertrudis Wichelen van 1865 tot 1870 in twee vijandige kampen.

Het ene kamp, aangevoerd door de leden van de kerkraad die voornamelijk op het Dorp woonden, drong aan op het herstel van de Romaanse kerk. Het andere kamp, aangevoerd door pastoor Van Herzele, was voorstander van een nieuwe neogotische kerk op de Margote. Ook het toenmalige gemeentebestuur was verdeeld : burgemeester Van Brabander was voor herstellingen, eerste schepen Lalemant was ertegen. Beide kampen trachten hun gelijk te halen door hun zaak te bepleiten bij de bisschop, de arrondissementscommissaris, de bestendige deputatie, de provinciegouverneur en de minister van Justitie. Hierbij waren de voor- en tegenstanders van de sloping met wisselende kansen aan de winnende hand. De beide partijen die geen duimbreed van hun standpunt prijsgaven, kwamen steeds strakker tegenover elkaar te staan en maakten elkaar het leven zuur.

 

In 1867 kon het kamp van pastoor Van Herzele zijn slag thuis halen: drie leden van de kerkraad dienden herverkozen te worden. Bij de herverkiezing van deze drie leden van de kerkraad werden procedurefouten gemaakt. De bisschop vernietigde, op vraag van de pastoor, de herverkiezing van deze drie leden, waarna medestanders van pastoor Van Herzele werden aangesteld als nieuwe raadsleden. De nieuwe kerkraad besliste prompt om de oude kerk af te breken.

 In het daaropvolgende jaar bereikte de bitsige strijd een hoogtepunt. De oude kerkraad aanvaardde de nieuw verkozen kerkraad niet: de oude kerkraad diende op zijn beurt bij de gouverneur een klacht in tegen de nieuwe kerkraad wegens vermeende procedurefouten, Beide kerkraden namen daarop plaats op de kerkmeesterbanken en beide kerkraden gingen tijdens de misviering rond in de kerk voor de collecte.

In 1868 trok de oude kerkraad in juridisch opzicht definitief aan het kortste einde. Voorafgaand aan de sloop werden de kerkmeubelen van de oude kerk verhuisd naar de houten noodkerk op de Margote, het nieuwe centrum van de gemeente. De bewoners van het Dorp jouwden de verhuizers uit en bekogelden hen met stenen.

In 1870 werd de Romaanse kerk gesloopt; het puin werd vervoerd naar de Margote om er te dienen als fundering van de nieuwe kerk.

 

Voor de bouw van de nieuwe kerk werd een stuk grond gelegen aan de steenweg Dendermonde – Wetteren wijk Margote, geschonken door de echtgenoten Jean Baptist Eeckhaudt – Rosalie De Keyzer aan de Kerkfabriek Sint Gertrudis Wichelen. Dit met de uitdrukkelijke verplichting  binnen de drie jaar er een kerk en een pastorie op te richten.

Het voorgestelde plan van Edmond Serrure uit 1866 werd goedgekeurd door de gemeenteraad op 8 februari 1867. Het definitieve plan herwerkt na opmerkingen door het KCML  ( Koninklijke Commisie voor Monumenten en Landschappen) werd in 1868 door de Commisie goedgekeurd, en de aanbesteding van de werken volgde op 3 april 1870.

De kerk toegewijd aan Sint – Gertrudis van Nijvel patroonheilige van de voorgaande parochiekerk werd op 30.10.1872 ingezegend  en op 28.07.1873 plechtig ingewijd door monseigneur Bracq bisschop van Gent.

Zoeken

Dekenaal nieuws