50 JAAR GELEDEN. DE WIJDING VAN DE NIEUWE "GROTE KAPEL" OF DE "KAPEL VAN DE VIJFDE WEE".

In 1414 kwam de parochie en het dorp Lede in het bezit van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën. De verering nam direct toe en er werd reeds in 1415 de toelating gegeven om een luisterrijke processie naar een kluis of een kapel in te richten in dit dorp. Deze kapel zou vrij vlug plaats gemaakt hebben voor de vijf statiën, vermoedelijk kleine kapellen,  waarlangs de bedevaarders hun ommegang deden.

De familie de Bette, die sinds 1556 in Lede de plak zwaaiden, hadden een grote verering voor dit beeld.  Waarschijnlijk komt dit doordat deze familie bestond uit militairen en een zegen of een bescherming van hogerhand zal wel welkom geweest zijn, zeker  op het slagveld. Of dit de achterliggende reden was voor hun grote verering kunnen we echter niet meer achterhalen. Maar een feit is wel dat  baron Jan de Bette in 1615 de “Grote Kapel “ liet bouwen door metser Joos De Munck en zoals de naam al zegt,  was het zeker geen klein gebouw. 

Een zoon van deze baron was na enige tijd opgeklommen op de adellijke ladder en kreeg de titel van markies. Deze markies Willem de Bette wou echter niet onderdoen voor zijn vader en gaf in 1642 de opdracht aan Jan Jansen om vijf schilderijen te realiseren voor de vijf kapellen. Het bleef hier echter niet bij want hij liet de kapellen  ook nog eens herstellen en op de koop toe kregen ze elk nog een knielbankje bovenop. Ook in die tijd werd er aan het comfort van de bedevaarders gedacht.

In 1673 werd er door de aartsbisschop een aflaat van  40 dagen verleend aan “alle gelovigen, die devotelijk zullen bezoeken de mysteriën van Zeven Weeën verdeelt door statiën op de processieweg”. Vanaf dat jaar zijn er zeven kapellen langs de ommegang van Lede aanwezig.

De schilderijen maakten toen plaats voor zeven kleine beeldhouwwerken die in iedere kapel werden geplaatst. In de “Grote Kapel” of de “Kapel van de Vijfde Wee”  kwam een beeldhouwwerk met de afbeelding van de “Kruisiging en de dood van Christus”.  

Op de plaats waar de kapel nu staat, was er oorspronkelijk een prediklinde aanwezig waar de gelovigen vanop een verhoog door een predikant werden toegesproken. Met de bouw van de zeven kapellen was dit verhoog overbodig geworden en werd het overgebracht naar de huidige Molenbergstraat. Later zou dit verhoog ingewerkt worden in een andere kapel en als basis dienen voor de opbouw van de “Kapel van de Zevende Wee” of het “Heilig Graf”.

Om het interieur van de “Grote Kapel” aantrekkelijker te maken,  werd er in 1753 de opdracht gegeven aan beeldhouwer Dhuyvetter om drie beelden te leveren voor de” Grote Kapel”, namelijk “een Gekruisigde Christus, Maria en Joannes”. 

Onder de Franse bezetting, einde van de 18de eeuw, werd de Sint-Martinuskerk van Lede omgevormd tot een gevangenis en werden de kapellen van de ommegang verkocht. Landbouwer Petrus  Joannes Van Landuyt kocht de “Grote Kapel” aan en eenmaal de vrede  terug in het land was, schonk hij ze in 1815 aan de kerk.

Na eeuwen dienst gedaan te hebben, kwam men eind de jaren ’60 van de vorige eeuw tot de conclusie dat de “Grote Kapel” één grote bouwval was. Men besliste toen om ze af te breken en ze weer herop te bouwen. Dit had plaats in 1970, nu 50 jaar geleden. Begin maart 1970 ging men van start met de werken en op 25 mei 1970 werd de nieuwe “Grote Kapel” ingewijd. De afbraak en de heropbouw werd betaald door de zusters Maricolen van Dendermonde te Lede. 

De “Grote Kapel” of de “Kapel van de Vijfde Wee”, in de volksmond  gekend als de “Bettekapel” vernoemd naar haar oorspronkelijke bouwheer, staat nu acht meter verder van de Grotekapellelaan af en staat een halve meter hoger dan voorheen.  

 

In de annalen van de parochie (Liber Memorialis) werd in 1970 door de toenmalige pastoor volgend verslag daarover geschreven:

„De Grote Kapel aan de ommegang was bouwvallig geworden. Daarom werd besloten de oude kapel af te breken en een nieuwe te bouwen met oude stenen en in de authentieke vormen zoals de vroegere.

Begin maart werd de afbraak gedaan en op 25 mei (de 1e maandag van de noveen) werd de nieuwe kapel ingezegend. De kapel staat 8 meter verder op de eigendom van de Kerkfabriek. Ze staat een halve meter hoger als de vroegere. Ik dank Eerwaarde Moeder en de Zusters Maricolen die de opbouw van de kapel volledig bekostigd hebben. Ze zijn hun naam van „Maria-vereerders“ volledig waardig. De aannemer van het bouwwerk was Jef Rutsaert, Bossstraat 1.“

Tot daar het citaat!

Bart Van Langenhoven