ADVENT – TIJD VAN (VER)WACHTEN.

De periode van de advent is een christelijk gebeuren van stil worden en verwachten, van voorbereiden en leven naar het kerstfeest toe. Kerstmis is voor christenen een gedenken van de geboorte van Jezus. 

Zij kijken uit naar het moment dat Jezus – 'Emmanuel' of 'God-met-ons' - ook in het eigen leven geboren mag worden. De langverwachte Messias komt als een schamel kind ter wereld, een teken van tegenspraak. 

In deze periode worden christenen uitgenodigd een grondhouding van verwachting en openheid aan te nemen. Zij maken hun hart klaar om Hem te ontvangen en opnieuw binnen te laten.

Het woord advent, komt van het Latijnse 'adventus' wat 'de komende' betekent, 'God komt naar ons toe'. In de geboorte van Jezus herkennen we de menswording van God in de wereld. Hij is voor christenen een 'lichtend' voorbeeld om naar te leven. 

Jezus' daden werden door mensen als een 'licht' in de 'duisternis' van hun bestaan ervaren. In hem herkenden ze Gods 'licht' voor de mensen.
Christenen zeggen van Jezus: 'Hij is het licht van de wereld'. 

Eveneens is de Advent de periode van verwachting van Jezus' wederkomst op aarde. De lezingen uit de bijbel in de periode van de advent verwijzen naar duisternis en licht in het leven. 'De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan' (Rom 13,12) en 'Het volk dat rond dwaalt in het donker ziet een helder licht. Over hen die wonen in een land vol duisternis gaat een stralend licht op' (Jes 9,1).

De Advent is ook de periode van verwachting van Jezus' wederkomst op het einde der tijden, wanneer God "alles in allen" zal zijn.

De Advent begint op de zondag die het dichtst ligt bij het feest van Sint-Andreas (in 2020 op 30 november). De Advent telt in ieder geval altijd vier zondagen, maar omdat Kerstmis niet per se op een zondag valt, kan het aantal weekdagen verschillen. 

De Advent duurt op zijn kortst drie weken en één dag en begint op de zondag vier weken voor Kerstmis, de zondag tussen 26/11  en 4/12. In 2020 start de Advent dus op zondag 29/11.

De eerste zondag is traditioneel ook de eerste dag van het nieuwe kerkelijke jaar. In de liturgie vormen Advent, Kerstmis, Onschuldige  Kinderen (28/12), het Feest van de Heilige Familie (zondag tussen kerst en nieuwjaar), Driekoningen (6/01) en het Doopsel van Jezus (zondag na 6/01) samen de 'Kerstkring'.

 

ADVENTSKRANS

De adventskrans is een christelijke, symbolische, beeldende uitdrukking van verwachting en hoop. 

De meest gekende adventskrans is de groene krans met de vier rode kaarsen en het rode lint, tekens van leven en liefde, hoop op licht. Elke zondag van de advent wordt er telkens één rode kaars meer aangestoken. Het symboliseert de toename van het licht, het overwinnen van de duisternis, het groeien van de hoop en de verwachting naar de komst van de Messias. Vlak voor Kerstmis branden dan vier kaarsen. Nu 4 rode, vroeger 3 paarse en een roze. De 3de zondag van de Advent noemde men ‘Gaudete’ (verheug u) en stak men de roze kaars aan.

 

EEN KRANS VAN GROEN

Omdat planten en bomen overweldigend in groen aanwezig zijn en onontbeerlijk voor het menselijk leven, symboliseert de groene kleur het leven op aarde.

Door het afnemende licht en de toename van duisternis en koude is die kleur bijna 'letterlijk' weggevallen (bij het vallen van de bladeren). De hoop op nieuw leven, op het herstel van het groen wordt uitgedrukt in het ophangen en neerplanten van takken die toch nog groen blijven in de winter. Ze zijn blijkbaar van en bijzondere kracht voorzien.

Ze symboliseerden voor onze Germaanse voorouders dan ook bij uitstek de verwachting naar nieuw leven, vruchtbaarheid en licht. 

Ook vandaag nog laten de groene takken van de den, de ceders en de spar, de hulst en de maretak (mistletoe) deze hoop op nieuw beginnend leven zien.

Wij christenen hebben deze gebruiken overgenomen. We hebben daar ons eigen verhaal en geloof aan verbonden. Christenen verwijzen met de groene kleur voor de hoop op nieuw leven vaak naar de duif in het verhaal van Noach die na de zondvloed op zoek gaat naar nieuw beginnend leven en terugkeert met een kleine groene olijftak. 

Tegelijkertijd is deze tak symbool van vrede en de duif wordt de vredesduif genoemd. 'Vrede op aarde' werden ook de mensen toegezegd door de engelen in het geboorteverhaal van Jezus. De groene twijgen worden ook verbonden met de verwachting van de profeet Jesaja: Een twijg ontspruit aan de stronk van Isaï, een telg ontbloeit aan zijn wortel... (Jes 11,1-9).       (rvp)